Welk nut heeft onze christelijke hulpverlening ? Of meer naar me zelf : ben ik als hulp­verlener wel zinvol bezig? Wordt dit door anderen en door de maatschappij als zinvol beschouwd. Of doe ik het omdat ik zelf zonodig moet?
In het algemeen moeten we zeggen dat de hulpverlening niet hoog gewaardeerd wordt. Het is goed dat deze er is : een soort vangnet voor iedereen die uit de boot valt. Maar eigenlijk hoor je op eigen benen te staan en het leven met zijn problemen zelf aan te kunnen.
Onder christenen circuleren weer andere, maar heel merkwaardige opvattingen. Degene die zelf geen probleem heeft, vindt christelijke hulp erg goed. Want dan kan de (probleem)christen met een beetje goede hulp snel in het goede spoor getrokken worden en ook een sterke gezonde christen worden, en zo meewerken in onze groeiende gemeente.
De (probleem)christen vindt ook dat de christen-hulpverlener hem moet kunnen helpen, want hij wil ook graag groeien en een goede christen zijn. Dit betekent dat men onze hulpverlening erg belangrijk vindt en er veel van ons verwacht wordt. Dat klinkt heel mooi en geeft een enorme bevestiging naar onze taak, maar.........
Kunnen wij dit waar maken ? Want wij zijn beperkt? In mogelijkheden, kennis, tijd, enz. En ook onze hulpvragers botsen tegen hun eigen grenzen : in het ver­werken van hun verleden, omgaan met je eigen onheb­belijkheden, inzien waar je draagkracht ligt, enz... Blijk­baar biedt de christelijke hulpverlening lang niet altijd die wonderen aan die men hoopt.
Maar zul je zeggen, het christelijke geloof biedt toch hoop ? Alles is mogelijk voor degene die gelooft ? God wil ons toch met Christus alle dingen schenken ? Jezus is toch onze heelmeester ? We zingen toch : er zijn geen grenzen aan Jezus macht !. En toch zien we christenen sterven, handicaps hebben, werkloos worden, depressief zijn, relatieproblemen hebben, failliet gaan, schulden maken, enz. enz.
Hoe moeten we hiermee omgaan ? Aan de ene kant geloven we in een boodschap van hoop, tegelijk zijn we begrensd. Dit ervaren we zowel in onszelf als door de omstandigheden die ons overkomen. Natuurlijk kun je zeggen dat veel zaken het gevolg zijn van persoonlijke zonden, maar zijn sommige mislukkingen ook niet het gevolg van zwaktes, waarmee we geboren zijn, of van omstandigheden waar we geen greep op hebben ?
Hoe dan ook, willen we eerlijk blijven, dienen we onze grenzen te zien en er antwoord op te geven. Laten we eens een aantal grenzen van dichtbij bekijken.
Tijd
Als je zo op de helft van je leven komt te zitten (zoals ik) besef je heel duidelijk dat het leven beperkt is. Het leven is kort en de vraag is of je juist geleefd hebt. Heb ik het leven geleefd dat ik had moeten leven ? Want je kunt het niet overdoen. Er is nog iets geks met de tijd. Je hebt er geen greep op.
Wij hebben de tijd niet, de tijd heeft ons. De momenten waar we intens naar toeleefden (vakantie, onze huwelijksdag, promotie) zijn voorbij, vooraleer we ze echt beleefd hebben. We mogen als het ware er even aan proeven, en dan komt het volgende al weer op ons af. Vooral als je nog jong bent, denk je dat het leven nog helemaal open ligt en alle mogelijkheden voorhanden zijn.
Eindeloos zijn dan je plannen en ideeën. Maar halverwege de rit maak je de balans op en dan vraag je je af : is dit het nu ? Dan bekruipt de twijfel en onzeker­heid je en als het zwaard van Damocles hangt de dood als eindbestemming boven je hoofd.
Gezondheid
We worden begrensd door ons lichaam en haar gezondheid. Vooral als je je lichamelijk gezond voelt, kun je een beetje grenzen verleggen. Aan je condi­tie werken of je figuur verbeteren. Maar op veel ziektes en handicaps hebben we geen vat.
Een verkeersongeluk kan ons leven drastisch veranderen. Een suikerziekte doet je hele levenspatroon wijzigen. En bidden voor gezondheid en herstel (waarschijnlijk het onderwerp waar het meest en hartstochtelijk voor gebeden wordt) wordt niet altijd met wonderen beantwoord.
Geestelijke draagkracht
Ik bedoel hiermee dat we lang niet alles aan kunnen. Bepaalde stress kan ons teveel worden. Spanningen op je werk of in het gezin kunnen je lamleggen of buiten jezelf doen geraken.
Sommige ambities blijken te hoog gegrepen, bepaalde taken niet bij je bekwaamheid te passen, enz. Hoe ga je hiermee om ? Vooral voor mannen (met hun sterke eerzucht en prestatiedrang) is dit een waar slagveld. Ook idealen die je niet hebt verwezenlijkt horen hierbij. Wanneer je droomde van een prachtig gezin en bij echtscheiding deze droom ziet mislukken, voel je je diep gefaald.
Geld
De financiële en materiële middelen zijn ook niet eerlijk voor iedereen verdeeld. Bovendien kan je het heel snel door onvoorziene omstandigheden (faillissement, langdurige ziekte) kwijtraken.
Financiële schulden zijn niet altijd het gevolg van wanbeheer of verspilzucht. De financiële middelen beper­ken ons in de leuke dingen, die we zouden willen doen (vakanties, luxe aankopen), maar ook in zaken als opleidingsmogelijkheden of investeringen.
Kansen
Niet alle kansen en mogelijkheden hebben we in onze eigen hand. De economie, het werkaanbod heb je niet in de hand. Vele dingen kunnen je van buitenaf overkomen.
Mensen die bepaalde hulp wel beloofd hebben, maar deze belofte niet nakomen. Collegas of chefs maken je positie of promotiekansen soms onmogelijk. De vraag naar bepaalde producten kan ineens veranderen. Aandelen kunnen waardeloos worden.
De anderen
Het laatst, maar niet het minst zijn de anderen. Mijn vrijheid houdt op waar die van de ander begint. De belangen van anderen kunnen je dwingen om je eigen wensen en plannen opzij te zetten. Soms tijdelijk, soms definitief.
Bijvoorbeeld de zorg voor je zieke partner of hulpbehoevende familielid. Maar ook als je kinderen jouw geloof en idealen niet overnemen. Vrienden die je niet begrijpen. Je partner die je in de steek laat. Kinderen die niets meer met je te maken willen hebben. Het zijn allemaal zaken die je op jezelf terugwerpen.
De beperking van je invloed laten zien, en duidelijk laten weten dat je begrensd bent.
Hoe vinden we het antwoord ? Hoe gaan we hiermee om ? En dat zonder de bijbelse boodschap van hoop en vreugde te hoeven verdoezelen.
Laat ik proberen om een drietal antwoorden (of beter wegen naar een mogelijk antwoord) te geven die samenvallen met de fundamentele vragen van het bestaan :
WAAR KOM IK VANDAAN ?
WAAROM LEEF IK ?
WAAR GA IK NAAR TOE ?
Waar kom ik vandaan ?
Deze vraag geeft een heel andere kijk op mijn begrenzingen. Want als mijn bestaan toevallig en ongewild is, moet ik proberen er het beste voor mezelf van te maken en voor de rest maar berusten. Als christen geloof ik echter dat ik voortkom uit de liefdevolle handen van een Schepper die mij gewild en bedoeld heeft; Die hoopvolle plannen over mij droomde, toen ik nog niet geboren was.
Boven alle grenzen staat dan dat ik geliefd wordt met een eeuwige liefde (Jer. 31:3). Dit voorkomt fatalisme en berusting, en zet me op het spoor om mezelf en het leven diepe vragen te stellen. Ik denk dat het is omdat ieder mens hier toch onbewust een besef van heeft, dat deze wereld niet in een anarchie of hel is ontaard.
Er is echter nog een aspect. Als ik voortkom uit de liefdevolle handen van God, hoef ik ook niet bang te zijn dat God door lijden mij wil straffen of pijn doen. In alles blijft Hij mijn geluk en welzijn op het oog hebben. Dit geloof heeft Jozef (Gen. 37 e.v.) vast doen houden, ook al leken de omstandigheden het tegendeel te bewijzen.
Waarom leef ik ?
Deze vraag komt vanzelf uit de vorige voort, en tracht uit confrontatie met de begrenzingen het antwoord te zoeken naar de zin van het leven. De mens onderscheidt zich hierin sterk van de andere schepselen, dat hij de zinvraag stelt. Welke antwoorden hierop te geven zijn ?
De christen vindt het antwoord in God die met hem is. Jezus is God die naast ons is, en met ons op wil trekken. Hij werd mens om ons bij te staan en samen de zin van het bestaan te vinden. En alleen als we deze Metgezel in onze omgang toelaten, vinden we de echte sleutel.
Deze ontdekking van de aanwezige Metgezel, vraagt om openstellen en overgave (denk maar aan het verhaal van de Emmaüsgangers). Grenzen worden dan mogelijkheden, waarlangs hij zijn oorspronkelijke bedoelingen kan realiseren. Sinds de dood van Jezus de redding van de wereld werd, kan geen enkele grens niet meewerken aan Gods plan voor deze wereld.
Onze grenzen gebruikt God vaak om onze horizon te verruimen. Vaak blijven wij steken in het zoeken naar ons eigen geluk en voorspoed. Maar God had, heeft en zal de wereld liefhebben. En Hij zoekt mensen die even mondiaal willen denken als Hij. Bewogenheid voor de ander en dromen van een nieuwe wereld : met minder kan het niet voor een christen.
Waar ga ik naar toe ?
Vele niet-christenen hebben bezwaren tegen deze vraag. Omdat de vraag naar de eeuwige bestemming van de mens er in het verleden vaak toe geleid heeft, dat de vragen van het heden niet serieus genomen worden. En inderdaad, de vraag naar de toekomst mag niet ten koste gaan van de vraag naar het heden.
Toch is de vraag naar de toekomst erg belangrijk. De toekomst werpt eigenlijk zijn licht op het heden. Het uitzicht op de voltooide toekomst geeft ons moed om het onderweg vol te houden. De begrenzingen van mijn leven nu zijn slechts tijdelijk. Het leven en overvloed vinden we aan de overzijde van de Jordaan.
We zijn als Pelgrims onderweg, en beseffen dat alles in dit leven onaf en begrensd is. Maar eens zal Jezus voltooien en tot bestemming brengen wat hier niet aan zijn groei en doel toekwam. Dit is de christelijke hoop. Dit mogen we belijden bij een persoon die veel te vroeg door de dood werd weggenomen. Maar ook wanneer je kwaliteiten onvoldoende door anderen gezien werden, je liefde onbeantwoord bleek en je moest aanvaarden dat je handicap je afhankelijk maakt van de hulp van anderen.
Toch grenzen verleggen
Maar er is meer. Nu al mogen we in ons leven grenzen verleggen. Er zijn vier geestelijke vermogens die onbegrensd zijn : liefde, hoop, wijsheid en vreugde. Want diep in ons zijn geestelijke bronnen die onbegrensd zijn. Jezus noemt het een eeuwigdurende fontein (Joh. 4:14), en op een andere plaats : stromen van levend water (Joh. 7:38). Iedere christen bezit het vermogen om de woestijn van deze wereld van water te voorzien en zo vruchtbaar te maken (Ps. 84).
Hoe wordt dit realiteit ? Om ondanks alles toch lief te hebben, hoop te koesteren, wijsheid te schenken en vreugde te bedrijven is geen gave van buitenaf nodig, maar een ontdekking binnen in ons (Rom. 10:8). Diep in ons ligt deze bron van goedheid en schoonheid, als een schat in een aarden vat.
Het deed me denken aan wat de 17e eeuwse dichter Jan Luyken verwoordde : Ik meende ook de God­heid woonde verre in enen troon, hoog boven man en sterre, en hefte menigmaal mijn oog met diep verzuchten naar omhoog : maar toen gij u beliefde t openbaren, toen zag ik niets van boven nedervaren; maar in de grond van mijn gemoed, daar werd het lieflijk en zoet, daar kwam Gij uit de diepten uitwaarts dringen en, als een bron mijn dorstig hart bespringen, zodat ik u, o God, bevond te zijn de grond van mijnen grond. Dies ben ik blij, dat Gij, mijn hoog beminde, mij nader zijt dan al mijn naaste vrinden.
Deze groeikracht is oneindig en maakt ons in de loop van ons leven steeds meer bewust van de echte werkelijkheid, zodat we met Paulus kunnen zeggen dat, ook vervalt de uiterlijke mens, de nieuwe mens zich elke dag vernieuwt (II Kor. 4:16).
Tenslotte
Een van de kenmerken van volwassenheid is : de moed tot overgave ofwel tot levensaanvaarding. Veel mensen durven dit niet aan en dwalen in het moratorium van genieten en geen verantwoording willen dragen. Vanuit bovenvermelde zekerheden durven wij het leven aan.
Ook al weten we dat we maar ten dele zullen slagen, en fouten zullen maken. Hij die naast ons gaat, zal ons ook behouden doen aankomen. Levensaanvaarding is de kwetsbaarheid van het bestaan niet ontlopen. Verdriet en pijn niet willen verzachten en de diepste twijfel en onzekerheid willen doorleven.
Zodat je wanneer je aan het eind van je leven bent gekomen, kunt bidden met Alice Nahon : Gij, die me leven hebt geleerd, God, leer me sterven.
P.S. Op de site van Gemeenten en gehandicapten vind je een artikel over hoe mensen met een handicap met grenzen kunnen opgaan.