Klik HIER om naar de nieuwe site www.bethesda.be te gaan
.

“Laat los en gij zult losgelaten worden”

Lucas 6:37

 

Een vrouw van middelbare leeftijd werd door haar man verlaten voor een jongere vrouw die volgens zijn zeggen hem beter verstond en beter bij hem paste in deze levensfase.

Ondanks de pijn en het verdriet wil deze vrouw haar man echter niet opgeven en hoopt en bidt ze dat ze hem terug zal winnen. Inmiddels zijn ze een aantal jaren verder. Haar man woont bij zijn vriendin en hij wil van zijn vrouw gaan scheiden. Wanneer moet deze vrouw hierin mee gaan en haar man loslaten?

 

Kinderen in de adolescentie gaan hun eigen weg. Ouders staan er bij en willen aan de ene kant nog heel veel geven en delen, maar beseffen aan de andere kant dat de blik van hun kinderen op andere perspectieven gericht is. Ze zien dat hun kinderen er naar verlangen om eigen keuzes te maken. Wanneer moeten ze hen loslaten en hoe doe ze dat? Hoe ver reikt de  verantwoordelijkheid die God ze gegeven geeft en die men niet zomaar kan loslaten?

 

Bij het ouder worden neem je als mens steeds meer een beetje afscheid van het leven.

Afscheid van de plaats en betekenis in de maatschappij, bij de pensionering. Afscheid van een aantal mogelijkheden die door het lichamelijk beperkt worden aan het afnemen zijn.

Afscheid van idealen en plannen.

En aan het eind afscheid van het leven zelf en van je geliefden.

Dit soort afscheid nemen is binnen onze maatschappij niet geliefd en men wil er eigenlijk niet mee leren leven. Omdat dat betekent dat men de eindigheid van het leven erkent en de zin op een hoger plan moet zien, dan in het tijdelijke hier en nu.

Afscheid nemen en een stapje terug moeten doen hoe doe je dat en hoe verzoen je je ermee?

 

Iemand die aan benji-jumping had gedaan vertelde me dat niet het springen zelf het angstigste moment was, maar het ogenblik er vlak voor. Wanneer je op het platform boven staat en naar beneden kijkt. En ik denk dat dat komt, omdat je dan nog kunt kiezen. “Doe ik het wel of doe ik het niet”? “Vertrouw ik het of neem ik het zekere voor het onzekere en keer ik terug”? Aan de andere kant je bent al zover gegaan, terug keren durf je eigenlijk ook niet. Wanneer je éénmaal gesprongen hebt, zijn al deze bedenkingen overbodig  en zinloos. Je kunt je alleen nog maar laten gaan.

 

Zo is het ook in ons leven. We staan voor een keuze van het loslaten, misschien één die herkenbaar uit de boven gegeven voorbeelden, misschien één op een ander levensterrein. Maar het is een keuze waarbij alles in de weegschaal komt te liggen: Doe ik er goed aan of niet? Is het de tijd of niet? Mag het en moet ik nog wachten? Onze zorgen en angsten zijn zo groot, omdat we denken nog alternatieven te zien: Meer praten, nog eens je best doen, jezelf forceren, nog eens bidden, eens iemand om raad vragen, enz. enz.

Wanneer komt dan het moment dat je dit alles bewust loslaat en het in vertrouwen laat gaan?

Want als je eenmaal het besluit hebt genomen, komt er vrede en rust. Niet omdat het goed is, maar omdat het niet anders kan. Net als bij de sprong kun je je alleen maar overgeven. Deze overgave geeft echter wel iets terug. Je laat los, maar je krijgt ruimte terug. Het is een overgave die ruimte geeft voor een andere houding naar de kinderen. Of ruimte voor de mooie dingen die er wel zijn bij het ouder worden of ruimte bij het loslaten van een partner om een ander levensdoel te kunnen zien.

Loslaten is nodig. Want zolang we dat niet doen kruipt al onze energie in de zorg en vertwijfeling en het wanhopig zoeken naar alternatieven. Bij het loslaten komt deze energie vrij voor andere dingen en hervinden we weer de controle over onszelf. Voor het loslaten, had het dilemma en de zorg ons in de greep. Na het loslaten worden we vrij om onze eigen levensstroom en idealen weer te volgen.

 

Er is nog iets belangrijks aan dit loslaten. Loslaten is iets dat we zelf moeten doen. Het is een keuze vrijheid. Wanneer we deze aan het leven overlaten, zullen we ook moeten loslaten, ons moeten overgeven. Maar het is dan een gedwongen capitulatie. Met dit loslaten kunnen we onmogelijk vrede nemen. Een keuze die we bewust met ons gehele geweten maken, geeft vrede en rust en doet ons groeien. Wanneer we dit aan anderen en de omstandigheden overlaten, leveren we onze vrijheid in en maakt het ons bitter en teleurgesteld.

God heeft ons als wezens geschapen met beperktheden en een eindigheid. Maar tegelijk zal de waarde en de betekenis van ons leven afhangen van welke keuzes we gemaakt hebben en de wijsheid die we gehad hebben tussen het vasthouden en het loslaten.

 

Vasthouden

 

Het leven begint met hechten, vasthouden, een plaats veroveren en het leven toe eigenen met alle uitdagingen en vreugdes die er zijn. Dit proces is onvermijdelijk. Je kunt deze fase overslaan, omdat je het niet durfde of er de kans niet voor kreeg. Maar dan zul je ook niet volledig kunnen loslaten. Alice Nahon zegt in één van haar gedichten wanneer ze weet dat haar leven eindig is: “God die mij leven leerde, leer mij sterven”. Je kunt pas echt van God het loslaten leren, als je van Hem ook het vasthouden en hechten hebt geleerd.

Niet kunnen loslaten is dus in eerste instantie gezond. Volwassen leven is knokken voor het bestaan en een plaats verwerven voor jezelf en je gezin. Vechten voor idealen en plannen. Je hechten aan de plek waar je woont en genieten van het hier en nu.

Dit soort leven is niet zondig. God heeft ons er voor gemaakt. Wanneer iemand in dit leven jong sterft is dat onnatuurlijk en gaat het tegen Gods bedoeling in. Hij wil dat het ons wél gaat en dat we een lang leven hebben op aarde.

Vaak hebben we niet door, dat we in elke levensfase andere doelen moeten stellen en ons leven er anders uitziet. Neem bijvoorbeeld een kind dat zich niet heeft kunnen hechten aan een ouder in de eerste levensjaren. We weten allemaal dat zo’n kind daar blijvende schade voor zijn verder leven van oploopt. Kinderen die in hun jeugd niet hebben kunnen exploreren en experimenteren, zullen later moeite hebben om hun plek te vinden. Bescheidenheid is niet altijd een deugd, soms is het een handicap.

Zo is het ook in bovengenoemde voorbeelden. Het loslaten is hier een probleem, omdat je je eerst gehecht hebt. Gehecht hebt aan je partner, gehecht hebt aan je kinderen en gehecht hebt aan het leven.

De pijn van het loslaten staat dan ook in evenredige grootheid aan de vreugde van het hechten.

Kahlil Gibran zegt wel zo mooi in zijn gedichten dat onze kinderen, onze kinderen niet zijn en dat we ze niet als ons bezit moeten zien, maar dat kan pas achteraf. Eerst moeten we ons aan hen hechten, alsof het voor eeuwig is. Anders kunnen ze nooit de volledige veiligheid voelen

en het vertrouwen ervaren, die nodig is om zichzelf te kunnen worden en later op eigen kracht uit te vliegen.

Daarom staat loslaten niet aan de start van een relatie, maar aan het eind.

 

Loslaten en dankbaarheid

 

Loslaten kan alleen wanneer je dankbaar kunt zijn voor het goede dat er is geweest. Uit ervaring blijkt dat gescheiden mensen die dankbaar kunnen zijn voor het goede dat er wel in de relatie is geweest afscheid kunnen nemen en verder durven leven. Ondanks de pijn en het verdriet. Gescheidenen die dit niet kunnen, blijven rondcirkelen in boosheid, frustratie en schuldgevoelens. Zo van had ik het maar anders gedaan of wat heb ik precies fout gedaan. U begrijpt dat schuldgevoel ons vastzet en geen ruimte biedt voor groei.

 

Zo is het niet alleen bij echtscheiding, maar ook bij het verlaten door de kinderen van het ouderlijk nest, het op pensioen gaan of het aanvaarden van een handicap. Dankbaarheid voor wat is geweest geeft het verleden een plaats en creëert ruimte voor een nieuw begin. Dankbaarheid is geen berusting. Berusting is je noodgedwongen erbij neerleggen. Berusting is niet creatief en het levert niets op. Bij dankbaarheid, dus anders dan bij berusting, kun je over de pijn en het gemis heen zien. Vaak ervaren ouders bij kinderen die een andere koers gaan, dan die ze gewezen kregen in de opvoeding, verdriet en afwijzing. Het gevaar is dan aanwezig, dat men voorbij gaat aan de waardevolle dingen die ze samen hebben meegemaakt. En de momenten dat er belangrijke dingen gezegd of voorgeleefd werden. Het is van groot belang om op dat moment dit voor ogen te houden en daarin te blijven geloven. 

 

Loslaten en schuldgevoel

 

Eén van de redenen waarom loslaten zo moeilijk is wordt bepaald door ons schuldgevoel. We voelen ons zo snel schuldig en zijn zo enorm met ons falen en tekortschieten bezig, dat ik vermoed dat schuldgevoel de sterkste motivatie in ons leven is.

We voelen ons bijvoorbeeld schuldig over wat we niet aan onze kinderen hebben meegegeven. We denken dat het mislukken van een relatie geheel aan onszelf ligt. Als de kennismaking met de nieuwe buren niet goed verloopt, trekken we de verantwoording geheel naar onszelf enz. enz. Zo kan een mens niet leven en dat is ook nooit Gods bedoeling geweest. Het is van groot belang om mild naar ons zelf te kijken en te zien dat wij niet overal verantwoordelijk voor zijn.

Naast onze schuld die ik zeker niet weg wil redeneren, is er ook de inzet en het goede dat we hebben gedaan. Ook in de bijbel zien we dat genade niet uitsluit dat God oog heeft voor onze inzet en goeds dat we hebben gegeven. Neh. 13:14, Hebr. 6:10, Matth. 25. 

 

Loslaten en opnieuw beginnen

 

Loslaten heeft geen doel in zichzelf. Loslaten doet ons groeien. Het leert ons afscheid nemen van onze rechten en vanzelfsprekendheden. Loslaten zorgt er voor dat we leren vertrouwen op God en de zin van ons eigen levensverhaal binnen de geschiedenis. Loslaten helpt ons om onszelf in het juiste perspectief te zien: Kleine mensen die onderweg zijn, maar tegelijk in dat proces iets mogen betekenen voor de omgeving en het nageslacht. We zijn schakels in de ketting. We zijn niet de ketting zelf, maar we zijn wel onmisbare schakels.

Loslaten is nodig om in de volgende fase van ons leven te komen.

Een hogere dimensie, waarin andere dingen belangrijk zijn dan in die daarvoor.

Loslaten heeft met wijsheid te maken. Net als de vader in Lucas 15 mogen we mensen worden waar anderen onvoorwaardelijk aanvaard en bemind worden. Mensen die niet meer zo hard bezig zijn met verwerven en ontvangen, maar met er zijn en luisteren.

 

Vandaag is dat niet eenvoudig. We leven in en cultuur die gericht is op consumeren en zoveel mogelijk meemaken. Niet het geven, maar het ontvangen staat centraal. Waarden als dienen, geven en offers brengen zijn niet populair. Sterker nog, we weten niet meer waar dat over gaat. We zijn er van vervreemd. Toch zal uiteindelijk blijken dat degenen die bereid waren om het leven te verliezen, hebben gewonnen. En degenen die zich krampachtig aan het leven en tastbaar geluk hebben vastgeklampt verloren hebben (Matth. 16:25).  

 

Een mooi voorbeeld vind ik de manier waarop Jezus Maria hielp om Hem los te laten. Door aan de ene kant de realiteit van zijn sterven te laten meemaken, maar tegelijk ook de blik niet meer op Hem maar op Johannes te laten richten en Johannes ook daadwerkelijk de verantwoording op zich te laten nemen om voor haar te zorgen.

Het één hangt samen met het ander. Zolang we niet geloven dat er meer dan één zegen voor ons is, klampen we ons vast aan wat we zien. Terwijl het loslaten ook perspectieven opent voor wat er nog voor ons klaar ligt (I Cor. 2:9).

 

Loslaten en ontmoeten

 

Wanneer we de ander leren loslaten. Neem bijvoorbeeld een kind dat zijn eigen weg wil gaan. Dan scheppen we ruimte om op een nieuwe manier naar zo’n kind te kijken. Niet meer door de bril van ons wensplaatje. Maar naar de wijze waarop dit kind zich presenteert en zich aan ons laat zien. Dat kan ons pijn doen of vreugde geven. Maar het dwingt ons tot een nieuwe wijze van zien. Wanneer we hier niet voor weglopen, zal dit ons verrijken. Omdat in deze nieuwe presentatie iets van het mysterie en unieke van de ander voor ons oog onthult wordt. 

En dit zal bewondering en eerbied afdwingen. Op grond hiervan kunnen en mogen we met zo’n kind een nieuwe ontmoeting aangaan. Niet meer vanuit onze wensen en verwachtingen, maar vanuit het aanbod en de wensen van de ander, die niet meer ons bezit is.

Anders gezegd, zolang we de ander blijven zien via onze verwachtingen en wensen, maken we hem of haar tot een object een ding dat ons iets moet bieden: eer, erkenning  of dankbaarheid.

Maar loslaten maakt dat de ander een evenwaardig subject is, net als wij. Dat zelf mag bepalen in welke relatie het tot ons wil staan en wat het wil onthullen.

 

Wij komen zo weinig tot echte ontmoetingen omdat we de mensen blijven zien door onze wensbril. En dat is niet alleen zo naar onze kinderen, maar ook naar anderen.

We zijn zo functioneel bezig, dat we de ander als persoon tekort doen.

Wanneer ik bijvoorbeeld bij iemand op bezoek ga met de bedoeling hem om advies te vragen over een bepaalde zaak. Kan deze vraag een trechter worden waardoor ik alles wat er verder in de ontmoeting gebeurt wegdruk en de ander alleen maar bezie en aanhoor vanuit mijn vooropgestelde vraag. Dit doet de ander tekort, maar ook mijzelf. Omdat ik dan allerlei andere onverwachte dingen niet hoor of zie en zo mijn ontmoeting beperk.

 

Natuurlijk is loslaten een riskante bedoening. Maar ons krampachtig aan de ander vastklampen of aan een bepaalde wens of situatie maakt ons tot een gevangene.

Laten we dan maar met schrik de weg van het loslaten gaan, omdat we net zoals bij de koordanser in het circus een veilig vangnet onder ons weten: de armen van de eeuwige God (Deut 33:27).

 

Gerrit Houtman

 

Nedstat Basic - Teller