|
Klik HIER om naar de nieuwe site www.bethesda.be te gaan. |
Een artikel uit de nieuwsbrief van christelijk hulpverleningscentrum BETHESDA
www.hulpnet.com/bethesda
Een artikel van Petra Meyfroot, theologe en Pesso-therapeute
Maar dat uitgangspunt roept tegelijkertijd soms vragen op. Het zit ons niet lekker, we voelen ons er ongemakkelijk bij. Is dat wel nodig, al dat "gegraaf"? Moeten dingen maar opgerakeld worden, mogen die oude koeien niet in de sloot blijven zitten? En vooral: zijn we niet een nieuw leven begonnen met de Heer? Bezig zijn met je verleden lijkt op gespannen voet te staan met christen zijn.
Fundamentele vragen. Laten we er samen eens bij stilstaan in dit artikel.
De bijbel en ons verleden
Laten we één valkuil vermijden: dat we de bijbel zouden kunnen opslaan als een psychologisch handboek, waarin systematisch zou staan uitgewerkt hoe we de mens en het belang van zijn / haar verleden moeten zien. De bijbel is een veelkleurig geheel en voor de meest uiteenlopende opvattingen kan men wel teksten vinden (en uit hun verband rukken) om die bevestigd te zien. Laten we eerbiediger met Gods mensenboek omgaan en proberen er Gods omgang met mensen en hun verhaal in te ontdekken. Onze opvattingen zijn betrekkelijk, hoe goed onderbouwd en uitgewerkt ook. Dwars doorheen al onze theorieën ziet God ons zelf aan en wil Hij met ons op weg gaan.
Als je een stapje terug doet uit het zoeken van teksten en nadenkt over de grote lijnen van de bijbel, dan springt dàt naar voren: God gaat met mensen op weg. Van de wieg tot het graf wil Hij bij ons zijn en ìs Hij bij ons. Daarin zitten al twee elementen:
zoals mensen hun leven leiden, daarin komt God bij hen. God voegt zich als het ware in in hun hele levensreis. Denk bijvoorbeeld maar aan Jakob (daarover straks meer). Niet zo?n fraai levensverhaal, maar God gaat steeds met hem mee. Hij laat Jakob zijn keuzes doen en Hij staat voor hem klaar. Hij volgt als het ware de rode draad van zijn leven. Dat zie je ook bij mensen als David en Salomo. En:
God roept mensen op om op weg te gáán, mee op ?avontuur? met Hem. Abraham, Mozes, het volk Israël zijn daar voorbeelden van. En ook de discipelen van Jezus.
Dus aan de ene kant: God voegt zich in bij ons, dat herkent U misschien wel. Dat je soms, ook toen je nog geen contact had met evangelische christenen, al God ervaarde. Bijzondere momenten zijn dat, die je nooit vergeet. En gelukkig was God er ook toen en altijd al, ook als we Hem niet ervaarden.
En aan de andere kant: God heeft ons op weg geroepen. Tot een bewuste keuze. Een keuze die soms grote consequenties had, misschien tegen Uw familie in of zonder Uw man. Een keuze om anders te gaan leven.
In evangelische gemeentes wordt dit tweede element, van de breuk met ons verleden, het meest benadrukt. Dat is niet vreemd, want velen hebben die breuk heel nadrukkelijk moeten maken. Een moeilijke stap, waarin je elkaars steun hard nodig hebt. Ook de eerste christenen zaten daar middenin. In het Nieuwe Testament komt dit element dan ook het meest naar voren. Vooral in de vroege brieven, van de tijd van de eerste-generatie-christenen, zou je kunnen zeggen. In de Hebreeënbrief daarentegen, die van iets latere datum lijkt, wordt er al meer gesproken over volharden en trouw blijven en over Gods trouw aan ons.
Nu ook evangelische gemeentes hun tweede en derde ?generaties? kennen, kunnen we ons misschien ook weer herkennen in de levensverhalen van het Oude Testament.
Beide elementen zijn immers belangrijk: de trouw van God in ons hele leven en de nieuwe hoop die Hij ons geeft. Of om het wat duurder te formuleren: continuïteit en vernieuwing.
God maakt geen compleet nieuwe individuen van ons, Hij geeft ons een nieuw begin. Een nieuw begin dat trouwens in de rest van ons leven uitgewerkt moet worden, dag na dag.
Enkele voorbeelden om dit te illustreren.
Jakob, de hielenlichter. Zijn leven leek in het teken te staan van bedriegen (zijn vader) en bedrogen worden (door oom Laban en later door zijn zonen). God riep hem op (Gen. 31) om terug te gaan naar zijn land van oorsprong en in het reine te komen met zijn verleden. In zijn worsteling ontving Jakob Gods zegen en God gaf hem daar een nieuwe naam !
Petrus, die eerst Simon heette. Jezus riep hem om Hem te volgen en ook hij kreeg een nieuwe naam. Toch spreekt Hij hem soms ook aan als Simon, zoals in Joh. 21. Die onstuimige Petrus, ook hij moest met zijn falen in het reine komen voordat hij verder kon. Bij de uitstorting van de Heilige Geest op Pinksterdag is hij het ook die het hoge woord voert. De heilige Geest zet zijn gedrevenheid in en maakt daar, met een schitterend bijbels woord, vrij-moedigheid van.
Wij en ons verleden
Anselm Grün geeft in zijn prachtige boek Kom naar de bron een richting aan hoe je met je verleden kunt leven op een vruchtbare manier. Hij waarschuwt enerzijds voor het gevaar van blijven woelen en graven en ontleden om je eigen pijn te begrijpen, omdat je je daarmee afhankelijk houdt van mensen, je ouders in de eerste plaats. Anderzijds kun je je verleden niet ontkennen door te streven naar volkomen puurheid, een soort ideale ik. Tussen die twee polen is er een andere weg om met je verleden om te gaan. Hij beschrijft die heel mooi als ?je verleden aanvaarden als materiaal dat je bereid bent vorm te geven?.
?Men kan uit hout een mooi beeld snijden, uit steen iets bewonderenswaardigs kappen en van klei iets waardevols vormen. Maar je moet hout als hout bewerken en steen als steen. Anders kan ik er geen vorm aan geven. ? Als je je verzoent met je levensweg, dan kunnen juist ook de moeilijke stukken daarin voor velen vruchtbaar zijn.?
Of zoals er in mijn vroegere jeugdclub op een groot bord bij de ingang stond: ?God wil je leven heel maken, maar dan moet je Hem wel de stukken geven.?
Ik geef U beide citaten mee. Naast elkaar. Waarom? Het ene, dat van Anselm Grün, beoogt het opnemen van je eigen verantwoordelijkheid over je leven en daar zelf het beste van maken. Het tweede geeft aan dat het ook een kwestie is van overgave aan God en heelmaking van Hem ontvangen. We hoeven het niet alleen te kunnen. Je verzoenen met je verleden.
Dat is voor sommigen van ons trouwens ook veel te moeilijk in je eentje, als je verschrikkelijke dingen hebt meegemaakt of jezelf heel erg bent tegengevallen. God gaat daarin met je mee, midden in de pijn, en dan, na jaren, kun je tot je verwondering, als je terugkijkt, zien dat je toch een beetje meer rechtop kunt gaan en niet meer door je verleden beheerst wordt. God gebruikt daar allerlei wegen voor, in de bijbelse verhalen en ook nu (dromen, mensen, gebeurtenissen, helende ervaringen, geleidelijke groei); het is aan ons om daarvoor open te staan.
Zo gaat ?het oude? tòch ?voorbij? ! Wat maakt het uit of dat in kort bestek (in een bekeringsgebeuren) gebeurt of jaren nodig heeft - het wonder is er niet minder om !
Praktisch: wanneer geef je je verleden aandacht?
Wanneer is het tijd om in therapie te gaan of om in je pastorale begeleiding je verleden ter sprake te brengen? Wanneer is dat zinnig en wanneer is dat oprakelen of koesteren?
Je kunt twee toetsstenen hanteren om dit te beoordelen bij jezelf. Hiermee zeg ik meteen dat je dat beoordelen niet voor anderen kunt doen.
Als je verleden zich aan je opdringt
Als je vastloopt, als je steeds tegen dezelfde patronen opbotst in je relaties. Als je geen vat meer hebt op je gevoelens. Als angst, schuldgevoelens, wrok, je beheersen. Als je gekweld wordt door nachtmerries over vroeger en je steeds pijnlijke taferelen van toen opnieuw ervaart. Als je vrouw je zo verschrikkelijk doet denken aan je moeder die je zo koeioneerde of als de agressie van je puberzoon je net zo machteloos maakt als je vader toen je kind was.
Dan heeft je verleden macht over je.
We zijn allemaal mee gevormd door ons verleden, onze opvoeding, de omstandigheden waarin we groot werden en de boodschappen die we meekregen. Je kunt daar ook een stukje identiteit in vinden, het voelt vertrouwd, of het nu aangenaam is of niet. Dit is wat je kent.
Je verleden is dus belangrijk. En vaak valt er wel mee te leven. Het leven gaat ?z?n gangetje?. Maar soms bots je tegen dat verleden aan. Zoals ik zojuist beschreef. Als het zo?n rol begint te spelen dat het je blokkeert in je relaties en je functioneren, dan wordt het tijd om te overwegen, hulp te vragen. Samen met een vertrouwenspersoon kun je dingen uitklaren en kijken hoe je daar een nieuwe weg in kunt vinden.
Hoe werkt je aandacht voor je verleden zich uit?
Dat is de tweede toetssteen. Op welke manier ben je ermee bezig en welk effect heeft dat op jou? Is het een constructief zoeken naar de ?knoop? om die te ontwarren en weer verder te kunnen? Of blijf je erin hangen, verlamt het, houdt het je vast in het oude? Of nog een stap verder: zoek je er verontschuldiging in? (?Ik ben nu eenmaal zo.?)
Eén van de moeilijkst te verwerken ervaringen is bijvoorbeeld schuld. Je hebt ooit iets ergs gedaan. Dat kan zo?n afbreuk doen aan wie je wilde zijn, dat er moeilijk mee te leven valt. Veel mensen proberen hun schuld dan ook te negeren. Anderen blijven erdoor verlamd. Het helpt je niet als men je zegt: ?God vergeeft je?. Waarom niet? Het kan zinvol zijn om dit nader te onderzoeken. Maar alleen als dit niet ook weer dient om je te begraven in het gevoel van slechtheid, maar als het erom gaat, een nieuw begin te maken. En alles wat nieuw is, is beangstigend. Daar moet je dan tegen kunnen. Zoals je met je ogen moet knipperen tegen het licht als je lang in het donker hebt gezeten.
Of bijvoorbeeld als je ooit bent misbruikt. Er is de laatste jaren veel gesproken en geschreven over seksueel misbruik. Het nadeel hiervan kan zijn dat je je identiteit hierin gaat zoeken: ?ik ben incestslachtoffer?. Daar kom je dan moeilijk uit. Het lijkt of alles wat in je leven misgaat, daarop terug te voeren is. Nee, wàt je ook hebt meegemaakt, onder al die verwondingen zit de echte Jij. Zoals God in dat koppige volkje Israël, waarmee Hij zoveel meemaakte, altijd Zijn uitverkoren volk bleef zien en vasthield aan Zijn heilsbedoelingen met hen. Je bent méér dan je verwondingen. Meer dan het kind van je ouders. Je mag dus bevrijding zoeken uit die rol van slachtoffer en worden wie je echt bent.
Tot slot
Dit artikel kan natuurlijk maar enkele gedachten meegeven. We praten daarover graag met U door.
Tenslotte nog dit: laten we met elkaar een evenwicht zoeken tussen die twee elementen waar we het over hadden: tussen wat blijft en wat kan veranderen. Laten we respectvol met elkaars voorgeschiedenis omgaan, of we daar nu van weten of niet. Sommige mensen ervaren bevrijding uit hun verleden; voor veel anderen blijft hun verleden een zware last. Wie het ?ver schopt? in het leven of als christen, heeft vaak ook het één en ander vóór op anderen voor wie het leven een worsteling blijft. Zoals op school het ene kind zonder te studeren glansrijk slaagt en het andere kind ondanks voortdurend blokken er toch niet geraakt. Met je verleden leven heeft niets met prestatie te maken. Er zijn zoveel dingen die meespelen.
Laten we integendeel elkaar zo aanvaardend tegemoet treden, zoals Jezus met mensen deed, dat die worstelende ander ruimte krijgt om een beetje op te ademen.
Bibliografie voor verdere studie hieromtrent
Larry Crabb: Van binnenuit; werkelijke verandering is mogelijk. Uitg. De Navigators,1988.
(Ook al heeft hij in zijn latere werk andere nadrukken, dit blijft een goede evangelische uitwerking van het thema ?zelfonderzoek om verder te groeien?).
Anselm Grün: Kom naar de bron; geestelijke wegen om machteloosheid de baas te worden en eigenwaarde te ontwikkelen. Uitg. Lannoo, 1996.
William James: Varianten van religieuze beleving; een onderzoek naar de menselijke aard. Oorspronkelijke uitgave 1902.
Kees Struyker Boudier: Zelfverwerkelijking; vraagtekens bij enkele moderne idolen. Uitg. Ambo, 1979
(voor wie een wat moeilijkere stijl aankan in het verder doordenken van het thema ?werken aan jezelf? en de betrekkelijkheid daarvan).
Mariëtta Van Attekum: Aan den lijve; lichaamsgerichte psychotherapie volgens Pesso. Uitg. Swets & Zeitlinger, 1997
(een goed leesbaar boek waarin wordt gesproken over de rol van het verleden en een therapievorm wordt uitgelegd die ook in Bethesda wordt gehanteerd, met name in de groeigroepen. Van die groeigroepen kunt U bij Bethesda ook een folder aanvragen.)
Dr. J.H. Van den Berg: Metabletica of leer der veranderingen. Uitg. Callenbach.
(een wat oud, maar niet minder interessant werk rond de psychologische mogelijkheid om te veranderen en de rol van het wonder hierin. Serieuze kost van een christen-zenuwarts.)
Judith Viorst: Noodzakelijk verlies; de liefdes, illusies, afhankelijkheid en irreële verwachtingen die wij allen moeten opgeven om te kunnen groeien. Uitg. Anthos, 1988.
(over de angst om te veranderen en hoe je daarin verder kunt komen)