Terug naar GETUIGENISSEN over SEKSUEEL MISBRUIK
Naar HOOFDINDEX
(Tip: de lay-out van deze pagina is aangepast zodat u hem kunt AFDRUKKEN.)
Mijn probleem gaat terug tot ver in mijn kinderjaren. Toen ik een jaar of vier, vijf was, wilde ik al het liefst meisjeskleren dragen en was ik gefrustreerd dat dat, op school, niet kon. Tussen mijn achtste en veertiende jaar dook ik regelmatig in mijn moeders klerenkast. Dat leidde soms tot interessante confrontaties met zowel mijn vader als mijn moeder, want hoe hard ik mijn best ook deed, ik kon werkelijk nooit mijn moeders kleren weer zo netjes opvouwen als zij dat had gedaan. Ze ontdekten mijn verkleedpartijen bijna altijd, maar deden het af als "gewoon een fase waar hij doorheen gaat". " Hij zal het wel ontgroeien, het is gewoon een gekke gewoonte van hem". Zelf zag ik het ook zo en in ons gezin werd er verder niet veel over gepraat.
Ik had een uiterst nauwe band met mijn moeder. Mijn vader leek afstandelijk, hij hield van me, maar hij was er niet op de manier waarop mijn moeder er was. Hij was meer de persoon van de discipline. Mijn hele jeugd door vond ik het makkelijker me met mijn moeder te identificeren dan met mijn vader. Ik maakte veel verwarrende dingen mee, als kind en als tiener. Toen ik naar een kostschool voor jongens ging, was het belangrijk erbij te horen. Daarom deed ik aan allerlei dingen mee, maar meer en meer leidde ik een dubbelleven.
Ik voelde me vaak schuldig over mijn gevoelens en kreeg het idee in het verkeerde lichaam te zitten. Ik wenste en bad, ook al was ik geen christen, dat ik op een magische manier veranderd zou worden en op een dag bij het wakker worden zou ontdekken dat ik een meisje geworden was. Maar natuurlijk gebeurde dat nooit. Tijdens mijn puberteit begonnen de meisjes van mijn leeftijd lichamelijk te ontwikkelen en ik hoopte dat dat mij ook zou gebeuren. Dan zou de waarheid onthuld worden en zou de fout die bij m'n geboorte gemaakt was, hersteld worden. Ik hoopte dat ik ook op de een of andere manier zou 'uitlopen' en dat mijn werkelijke vrouwelijkheid naar voren zou komen. Maar dat was niet het geval en dat was verwarrend. Ik vroeg me af. "Wat is er mis met mij? Ik ken niemand anders die dit lijden te dragen heeft." Ik vroeg me af of ik homo was, maar dat leek niet te passen. Ik voelde me immers niet ot andere jongens aangetrokken. Ik wist niet in welk hokje ik paste.
Deze verwarring duurde voort tot aan de universiteit, waar ik een opleiding tot onderwijzer volgde. In die periode las ik in een tijdschrift over supportgroepen voor travestieten en transseksuelen in Londen, een soort ontmoetingsclub. Ik legde contact: een grote doorbraak. Ik was niet langer alleen, ik had mensen gevonden die net zo waren als ik. Ook werd me hoe langer hoe duidelijker dat ik transseksueel was en geen travestiet, met andere woorden: ik wilde een vrouw zijn en niet slechts als een vrouw gekleed gaan. Ik was toen negentien en ging naar de huisarts om advies. Zij nam me helemaal niet serieus en stuurde me met een kluitje in het riet: "Straks sta je daar met al die lui op King's Cross (een treinstation in het centrum van Londen, a.b.) jezelf te showen." Door haar reactie hield ik me weer een paar jaar in.
In 1990 vond een heel traumatische gebeurtenis plaats: mijn moeder overleed. Ik was toen net klaar met de universiteit. Ik had me zó nauw met haar geïdentificeerd, dat het leek alsof ik een deel van haar identiteit in me opgenomen had. Na haar dood was dat nog sterker het geval.
Ik vond al snel een baan in het onderwijs en na een paar maanden van gewenning kwamen de verwarrende gevoelens over mijn geslachtsidentiteit weer boven, nu in sterkere mate dan ooit tevoren. Het leek wel een boemerang: ik bestreed m'n gevoelens, zei tegen mezelf dat het niet bij me hoorde, dat het verkeerd was, en nam me voor nooit weer vrouwenkleding te dragen. Ik gooide alle vrouwenkleren die ik had, weg. Maar vroeg of laat, en meestal vroeg, kwam de boemerang bij met terug en elke keer leek hij tien keer groter dan de keer ervoor en leek het moeilijker hem weer weg te gooien. Toen hij in 1991 een keer terug kwam, kon ik hem niet meer weggooien. Ik wist: ik moet hier iets aan doen. Ik zocht hulp bij een psychiater die het al snel met me eens was dat ik transseksueel was. De logische en meest correcte stap was volgens hem dan ook dat ik een geslachtsveranderende operatie zou ondergaan. Ik begon pillen met vrouwelijke hormonen te slikken en kreeg elektrolyse om het haar uit mijn gezicht te verwijderen. Dat laatste was een marteling, echt het ergste van alles.
In het jaar dat volgde, vond een geleidelijke verandering plaats. In de klas was ik nog steeds 'meneer', maar de hormonen hadden het vet op mijn lichaam herverdeeld en er was sprake van geringe borstgroei. Ook de elektrolyse ging door. In mijn privéleven nam ik meer en meer de vrouwelijke rol aan. Ik noemde mijzelf Trish of Patricia, de middelste naam van mijn moeder. Dat toont de band die ik met haar had, opnieuw aan.
Toen ik na twee jaar met deze baan stopte om een opleiding voor verpleegkundige te gaan volgen, was het moment voor een daadwerkelijke breuk met mijn man-zijn aangebroken. Ik gooide m'n pak in de vuilnisbak en trok een rok aan. Wat mij betreft was Mark iets van het verleden en was ik nu Patricia. Voor ik die opleiding tot verpleegkundige kon gaan doen, had ik een jaar over. Ik vond een baantje en had veel succes in alles wat ik deed. Slechts zelden had iemand me door, zelfs vóór de operatie hadden mijn collega's niet in de gaten dat ik eigenlijk een man was.
Normaliter mag je in Engeland pas een geslachtsveranderende operatie ondergaan nadat je eerst twaalf maanden in de rol van het andere geslacht geleefd hebt. Men wil zeker weten dat je die operatie werkelijk wil. Maar in mijn geval hebben ze de operatie vijf maanden vervroegd, naar februari 1993. Ze vonden mij zo'n duidelijk 'geval' dat ze dit verantwoord vonden. Bovendien was het makkelijker voor me als ik geopereerd zou worden voor ik m'n nieuwe studie begon, dan hoefde ik die niet te onderbreken voor een zware operatie.
Na de operatie was ik opgewonden, ik vond het helemaal te gek. Ik begon me helemaal uit te leven en probeerde relaties met mannen aan te knopen, in de hoop dat zij me zouden bevestigen in mijn identiteit als vrouw. Toen ik in juni 1993 aan de opleiding voor verpleegkundige begon, had ik niets te vrezen, dacht ik. Ik zou voor de rest van mijn leven Patricia zijn - dát was ik.
Maar toen verscheen God op het toneel, in oktober van dat jaar. Ik woonde intern en bij mij op de gang woonde een jongen die Nick heette. Een hele aardige vent, aan wie ik enorm veel te danken heb. Hij was voorbeeld voor me; het verbaasde me, dat ik na alles waar ik doorheen gegaan was, hèm als voorbeeld zag. Ik sprak hem vaak en vond het heerlijk naar hem te luisteren als hij op z'n gitaar speelde en christelijke liedjes zong.
Op een zondag vroeg ik hem: "Mag ik met je mee naar de kerk, Nick?" Hij sprong bijna tegen het plafond van blijdschap, maar liet me dat niet merken. Ik ging mee en een paar weken later weer. Soms heb je van die preken die helemaal voor jou geschreven lijken te zijn, alsof de spreker inside-informatie over je heeft. Zo kwam de preek van die ochtend in elk geval bij mij over. Aan het eind van de dienst werd een oproep gedaan om naar voren te komen en dat deed ik. Er werd voor me gebeden en die morgen werd ik wederom geboren. Dat veranderde niet één-twee-drie mijn gedachten over mijn geslachtsverandering. Ik leefde volledig in de vrouwelijke rol, niemand kende mijn verleden en zeker in de kerk niet. In die tijd zag ik ook helemaal niet in waarom ik dat zou moeten veranderen. Maar in de loop der maanden begon de Heer langzaam aan hierover tegen me te spreken. Hij begon me duidelijk te maken dat het leven als vrouw en die operatie Zijn wil niet waren, dat het bedrog was.
Uiteindelijk had ik de moed naar de voorganger van mijn gemeente te gaan en hem mijn verleden op te biechten. In die periode was ik me op de doop aan het voorbereiden. Ik was heel bang voor zijn reactie: zou hij me de kerkdeur uit schoppen of wat? Ik kon er niet verder naast gezeten hebben: de hele gemeente is al die tijd geweldig geweest, heel ondersteunend. In dat gesprek wees mijn voorganger me op 2 Corinthiërs 5:17, waar staat dat je in Christus een nieuwe schepping bent. "Dat geldt ook voor jou, Mark," zei hij,"jij bent in Christus en je bent een nieuwe schepping. En we nemen je zoals je nu bent, we weten niet wat de Heer in de toekomst met je vóór heeft, maar je bent nú geaccepteerd." Ik werd geaccepteerd en bevestigd op het punt waar ik was en dat was best nieuw voor me, dat ook de Heer me accepteerde en liefhad zoals ik was. God leidde me in de periode daarna door verschillende voorvallen uit mijn verleden die hadden meegespeeld in het ontstaan van mijn verwarring over mijn geslachtsidentiteit. Toen ik op die terreinen genezing begon te ontvangen, werd me steeds duidelijker dat die operatie een verkeerde beslissing geweest was. Ook begon de Heer me in een positie te brengen waarin ik in staat was terug te keren naar mijn mannelijke identiteit. Dat was geen achteruitgang, maar een vooruitgang: ik ging niet terug naar de verwarde en depressieve persoon die ik was ! Uiteindeliik ging het allemaal best snel. Ik was van plan te wachten tot mijn studie afgelopen was, in juni 1996, en dan teruggaan naar mijn leven als man. Dat zou makkelijk zijn, ik zou dan de ene groep als Patricia achter me kunnen laten en op een nieuwe werkplek weer als Mark kunnen beginnen. Dan hoefde ik geen ingewikkelde gesprekken aan te gaan om allerlei mensen te informeren over mijn verleden. Dat leek me een mooie omschakeling.
Dat dacht ík, maar God niet. Heel duidelijk zei Hij op een zondagmorgen in december 1995 tegen me: "Op 1 januari moet je het doen." Ik zei: "Maar Heer, ik moet nog zes maanden van die cursus, dan moet ik òf die opleiding stoppen en dat wil ik helemaal niet, want ik wil echt in de verpleging aan het werk, òf ik moet iedereen over mijn verleden gaan vertellen, en nog wel in drie weken tijd !". Maar dat laatste deed ik.
Van tevoren leek het me heel beangstigend, ik kon alleen maar problemen zien. In m'n gedachten passeerden alle mogelijke problemen de revue. Maar in werkelijkheid ging er helemaal niets verkeerd, helemaal niets. Het was ongelofelijk. De Heer had duidelijk de weg bereid. De leiding van mijn cursus was heel meelevend en beloofde me te helpen. Toen ik begin januari weer op school kwam, legden zij uit dat ik nu Mark was en niet langer Patricia. Al mijn medestudenten reageerden hartelijk, ze maakten het me helemaal niet moeilijk. Mijn familie reageerde over het algemeen vrij goed. In de gemeente moest ik tijdens een dienst naar voren komen en vertellen over mijn verleden en wat ik van plan was te gaan doen.
Ook hier reageerde iedereen heel begrijpend. Zodoende ging ik begin januari 1996 naar de kapper om mijn haar dat ik lang had laten groeien, te laten knippen en mijn oude kapsel terug te krijgen. Ik liet me weer Mark noemen.
In zekere zin heb ik geen moment achterom gekeken. Ik kan niet zeggen dat ik geen problemen gehad heb, in bepaalde opzichten is het verleden nog steeds bij me, het komt me nog wel eens in gedachten. Maar over het algemeen voel ik me zeker en veilig in wie en wat ik nu ben. Ik maakte mijn opleiding af, volgens planning, en vond een baan in een ziekenhuis. Alles is heel goed gegaan. De afgelopen anderhalf jaar, sinds ik weer terug ben in mijn mannelijke identiteit, heb ik God regelmatig gevraagd of het mogelijk zou zijn om een relatie met een vrouw te hebben, een intieme vriendschap. Dat gebed is verhoord: sinds een paar weken heb ik, op mijn 29ste, mijn eerste vriendin en ook dat is heerlijk.
___________________________________________________________________________(Vertaald en bewerkt door Annelies Barth van stichting ONZE WEG, zie link onderaan deze pagina) ___________________________________________________________________________
Wanneer u naar aanleiding van dit getuigenis wilt reageren:
Schrijf naar het christelijk psychosociaal centrum BETHESDA, Nieuwe Kuilenweg 4, 3600 Genk, tel. 089/36 32 69 of naar Stichting Onze weg, hulpverlening voor mensen met homofiele gevoelens
Heb je de vrijmoedigheid om zelf een getuigenis op deze pagina te plaatsen, stuur het ons toe. We garanderen beroepsgeheim en discretie. Alle getuigenissen moeten volledig waarheidsgetrouw zijn. Ze worden anoniem afgedrukt.
Stuur je getuigenis of reactie naar: ben.servaas@skynet.bevermeld dan "reactie op getuigenis Mark", vergeet niet jouw e-mail- of gewoon adres door te geven.
Terug naar GETUIGENISSEN over MISBRUIK