Adres: Christelijke Hulpverlening http://www.hulpnet.com/misbruik


Tip: druk deze tekst af 

'Alsof ik opnieuw verkracht werd'

door Reina Wiskerke

,,Het was alsof ik opnieuw verkracht werd, maar deze keer door de kerk.'' Zomaar een zin, waarin frustraties zijn samengebald. Slachtoffers van seksueel misbruik die zich opnieuw gemangeld voelden door het optreden van een kerkenraad, komen tot zulke uitspraken. Tragische geschiedenissen zijn er ontstaan.

Wie zich in de verhalen verdiept, ook in de minder sensationele, ontwaart voetangels en klemmen in de kerkelijk omgang met gevallen van seksueel misbruik. Er doemt al gauw een spanningsveld op tussen macht en onmacht. Zijn predikanten en ouderlingen boemannen of onbenullen die er een pastoraal potje van maken, als het om seksueel misbruik in eigen kring gaat? Het onderzoek van dr. J.C. Borst naar de pastorale zorg voor incestdaders wijst anders uit. Seksueel misbruik wordt in 'zware kerken' niet structureel toegedekt, concludeerde hij in zijn proefschrift Gij zijt die man ! (1995) op basis van informatie die predikanten verstrekten. Orthodox-bevindelijke pastors doen het zo slecht nog niet, stelde hij vast. Ze nemen de zonde van de dader serieus en bekommeren zich om het slachtoffer. ,,Ze werken, en dat vond ik verrassend, veel samen met andere hulpverleners, met name die van het Gliagg. Ze denken dus helemaal niet: ik moet het zelf klaren.''De hervormde predikant dr. J. Hoek vond dit beeld te rooskleurig, weet Borst. ,,Het is niet moeilijk mensen te spreken te krijgen bij wie het niet goed ging. In mijn onderzoek komt dat echter niet naar voren'', tekent hij erbij aan.Ds. M. van Veelen, voorzitter van de vrijgemaakt-gereformeerde vereniging De Wegwijzer (ter behartiging van belangen van mensen in psychische nood), krijgt signalen dat de gevallen 'waarin het mis gaat', geen regel zijn. ,,Het gaat helaas ook niet om uitzonderingen.''De opvatting dat er geen aangifte gedaan mag worden, is aan het verdwijnen, denkt hij. De argumenten daarvoor worden niet meer als steekhoudend gezien. Adviezen van deskundigen hebben hun werking gehad. ,,Er zijn intussen nog altijd mensen die zeggen: 'Geen vuile was buiten hangen, alsjeblieft'.'' Dat kerkenraden verlegen kunnen zijn met een zaak van seksueel misbruik, vindt Van Veelen begrijpelijk, vooral als ze er voor de eerste keer mee in aanraking komen.Psychotherapeute drs. J. Kok van Gliagg De Poort, nauw betrokken bij gevallen van seksueel misbruik, signaleert evenmin structurele misstanden in het pastoraat. Ze hoort van positieve ervaringen en van negatieve. Zaken lopen volgens haar minder snel uit de hand door zorgvuldig overleg tussen kerkenraad en hulpverlening. Ze merkt dat kerkenraden zich daarvoor inzetten. ,,Maar als ze op eigen houtje wat aanmodderen, zal dat doorgaans buiten mijn blikveld blijven.''
 
 

Voetangels

Toch zal niemand ontkennen dat er voetangels en klemmen zijn in het contact tussen ambtsdragers en mensen die zeggen dat ze slachtoffer zijn. De schrijnende verhalen in het kader bij dit artikel geven aanwijzingen, waar die liggen.Allereerst blijkt de opstelling van ambtsdragers belangrijk te zijn. Slachtoffers kennen veel waarde toe aan wat de kerk doet. Gelukkig maar. In de kerk noemt men zonden immers nog zonden. Dáár pretendeert men dat er ook troost en bemoediging is voor mensen die tot in het diepst van hun ziel gekwetst zijn. Dáár klinkt het evangelie van gerechtigheid en vergeving.Met al dit moois komt de zorg meteen in een gevarenzone. Zo is vergeving na seksueel misbruik doorgaans heel hoog gegrepen, terwijl de verleiding groot is om daar snel naartoe te werken. Bovendien: Als de dader of vermeende dader kerklid is, maakt ook hij aanspraak op wat de kerk te bieden heeft.,,Slachtoffers met positieve ervaringen zeggen, dat ze steun van ambtsdragers krijgen die een hulpverlener niet kan bieden'', merkt Kok op. ,,Ambtsdragers kennen vaak je thuissituatie en levensgeschiedenis. En je kunt ze buiten kantooruren bellen. De aandacht van de hulpverlening is afgepast en formeler. Na drie kwartier praten met een therapeut kun je weer gaan.''Ambtsdragers hebben evenwel het succes van hun pastoraat niet alleen in handen. Als er wat scheef gaat, kan dat ook liggen aan overspannen verwachtingen van slachtoffers. Kok: ,,Slachtoffers kunnen een groot appèl doen op zorg, soms meer dan goed voor ze is. Als een predikant bijvoorbeeld denkt: het kan niet anders, zij moet een tijdje bij ons komen logeren, dan is er al wat mis. Want het kan altijd anders.''Een pastor moet zich niet laten claimen, waarschuwt ze. ,,Hij moet, onafhankelijk van de verwachtingen, vaststellen, welke taak hij heeft te vervullen. Duidelijke grenzen stellen geeft het slachtoffer ook zekerheid.''

Ontkenning

Een slachtoffer verlangt ernaar gelóófd te worden. Maar op een aanklacht volgt dikwijls een ontkenning van de dader. Partijvorming in familie en gemeente kan het gevolg zijn.Ook de kerkenraad wil, zeker met het oog op de tucht, graag de waarheid weten. Waar echter bewijs ontbreekt, kan de opvatting dat iemands schuld eerst bewezen moet worden, de pastorale zorg aan de aanklager onder spanning zetten. Herkent Kok dat? ,,Als een predikant eerst een bekentenis wil voordat hij het slachtoffer serieus neemt, is hij wel erg zwart-wit bezig'', reageert ze met enige verbazing. ,,Iemand komt niet voor niets met een aanklacht, ook - en dat komt echt voor - als die onwaar of ten dele onwaar is. Ik maak trouwens vaker mee, dat het pastoraat zich laat opzuigen door de nood van het slachtoffer en de kritische afstand verliest die nodig is om de vraag toe te laten of de aanklacht wel waar is.''En als een slachtoffer niet bij de kerkenraad aanklopt om pastorale zorg, maar om de dader die blijft ontkennen, ter verantwoording te laten roepen? ,,Dan wordt de kerkenraad misbruikt. Het slachtoffer wil via de kerkenraad represaillemaatregelen bewerken, terwijl daar de burgerlijke rechter voor is. Let wel: Tuchtmaatregelen zijn heel belangrijk in de gemeente, maar het is terecht als de kerkenraad daartoe niet overgaat voordat er zekerheid is. Vaak komt die er alleen na een rechterlijke uitspraak. De mogelijkheid bestaat overigens een verdacht kerklid te adviseren even niet aan het avondmaal mee te doen, zonder er meteen een tuchtzaak van te maken.''
 
 

In mijn hart

Ds. Van Veelen herkent de spanning tussen rechtspreken en herderlijke zorg goed. ,,Als kerkenraad ben je geroepen rechterlijke uitspraken te doen. Tucht is een vorm van recht, hoe je het ook wendt of keert. Het grote probleem is natuurlijk dat incest niet publiek bedreven wordt. Ook als ik in mijn hart zeker weet dat iemand verkeerd bezig is geweest, kan ik het nog niet bewijzen.''Toch vindt ook Van Veelen dat de kerkenraad de taak van rechter niet moet zoeken. Rechtspraak is een zorgvuldig proces, waarin rechercheurs, aanklagers en advocaten hun eigen rol vervullen. ,,Ambtsdragers zijn daar gewoonweg niet toe in staat. Denk maar aan de Bolderkar-affaire. Toen bleek, hoe ingewikkeld zaken van seksueel misbruik zijn. Er zijn speciale verhoormethoden voor nodig en dan nog blijkt het moeilijk de waarheid aan het licht te krijgen. Het vinden van de waarheid is in de meeste gevallen een onmogelijke taak voor de kerkenraad. Ernstig onrecht behoort door Justitie te worden behandeld. Dat heeft niets te maken met 'niet willen vergeven' of zo.''En als aangifte bij de politie wegen verjaring niet meer mogelijk is? ,,Dan heb je een probleem. En daar is geen oplossing voor.''Wat dan? ,,De kerkenraad moet bij een aanklacht duidelijk maken, wat hij wel en niet kan doen, en tegelijk de pastorale zorg in gang zetten.''En als het slachtoffer eist dat de dader van het avondmaal gehouden wordt? ,,Dan moet de kerkenraad duidelijk maken dat het kerkelijk recht gebonden is aan regels. Tucht is niet gebaseerd op wat ambtsdragers geloven of vermoeden, maar op wat bewezen is. Hoe moeilijk ook, soms blijft er voor het slachtoffer niets anders over dan te accepteren dat de dader aan het avondmaal gaat. Er gaan vaker mensen aan het avondmaal van wie je zo je vermoedens hebt.''
 
 

Zwijgplicht

Een slachtoffer zwijgplicht opleggen is een kerklid onmondig maken, vindt Van Veelen. Als een slachtoffer zijn verhaal aan jan en alleman blijft vertellen, terwijl het bewijs nooit rond komt, zou de Delftse predikant waarschijnlijk wel het advies geven daarmee te stoppen. ,,Een zaak aangeven is wat anders dan een zaak rondvertellen. Maar ook als iemand overal zijn verhaal doet, moet je erg oppassen met diegene in de beklaagdenbank te plaatsen. Slachtoffers zitten zó vol met hun gevoelens, zo vol met angst en woede - soms kunnen ze gewoon niet anders. Daar moet je héél lang mededogen mee hebben.''Het moeilijke is, aldus Van Veelen, dat zonden die gemakkelijk te bewijzen zijn, sneller tot een tuchtzaak leiden. En 'laster' ís veel gemakkelijker te bewijzen dan 'seksueel misbruik'. ,,Het kerkrecht houdt weinig rekening met 'verzachtende omstandigheden' en met 'verminderde toerekeningsvatbaarheid'. Zo kunnen kerkleden met een persoonlijkheidsstoornis helemaal in de knel komen, buiten de kerk geplaatst worden, terwijl ze dat helemaal niet willen.''Kok benadrukt dat slachtoffers geen zielige mensen zijn, alhoewel ze nare dingen hebben meegemaakt. ,,Zo moeten ambtsdragers ze ook niet behandelen. Slachtoffers mogen aangesproken worden op wat ze doen, ook als ze een persoonlijkheidsstoornis hebben ontwikkeld. Dat kan heel structurerend werken.''Evenals Van Veelen vindt ze het niet raadzaam voor pastors alle energie te steken in het vinden van de waarheid. ,,Dat de waarheid niet boven tafel komt, is bij ingewikkelde zaken van seksueel misbruik juist deel van de problematiek. Dat kan inhouden dat de pastor zich erop toelegt te helpen accepteren dat er onvoldoende bewijs komt voor tuchtmaatregelen. Je laat slachtoffers in de steek, als je denkt zonder bewijs niks meer voor ze te kunnen betekenen.''Kok bevestigt dat slachtoffers vaak het gevoel krijgen steeds te moeten bewijzen dat 'het' echt gebeurd is, terwijl de dader niet lastiggevallen wordt. ,,Met het oog daarop kan het verstandig zijn in de gemeente structuur te geven aan geruchten door een duidelijke mededeling te doen.''De verandering in denken over het doen van aangifte leidt soms tot de conclusie dat aangifte altijd moet. Toch gaat veel deskundigen dat te ver. Kok: ,,Ik herinner me een zwakbegaafd slachtoffer dat erg afhankelijk was van haar familie. Omdat aangifte het contact met broers en zussen zou ruïneren, heb ik het afgeraden. Zelf koos ze er overigens voor de aangifte door te zetten.''Zowel Kok als Van Veelen wijst erop dat, indien het om volwassenen gaat, ambtsdragers aangifte hooguit kunnen adviseren. Het slachtoffer moet zelf de knoop doorhakken. Kok: ,,Dwang is nooit goed. Een slachtoffer moet eraan toe zijn. Dat geldt ook voor het zoeken van therapeutische hulp. Als een slachtoffer daartoe gedwongen wordt, is de therapie gedoemd te mislukken.''
 
 

Vergeving

En dan is er nog de vergeving. De publiciteitsgolf rond seksueel misbruik heeft het wel geleerd: 'vergeving' is een heilige plek die betrokkenen niet te snel moeten naderen. Wie de profielschets van daders leest die dr. Borst optekende in zijn proefschrift, begrijpt al waarom. Berouw en berouw zijn twee, en de dader is niet snel geneigd tot de zuiverste soort. ,,Ik ben zo gelukkig, dominee. De hemelse rechter heeft me al vergeven'', zei een gedetineerde eens tegen Borst. En even later: ,,Wat ik zo erg vind, is dat mijn vrouw en kinderen het Onze Vader zijn vergeten. Ik heb ze geleerd te bidden: Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.'',,Een snelle bekentenis kan voortkomen uit berekening'', stelt Kok. ,,De dader weet dat hij er dan snel van af is.''Verder blijken bekentenissen vaak halfslachtig te zijn, in de trant van 'kennelijk heb ik...'. ,,Zoiets kan een kerkenraad absoluut niet accepteren, ook niet om een stap verder te komen in het verzoeningsproces. Ik weet het wel, hoor: soms is een kerkenraad gedwongen er genoegen mee te nemen dat hij niet het onderste uit de kan krijgt. De zonde moet echter wel als zonde gezien worden.''Ook afgezien van de dader zorgt het begrip 'vergeving' voor misverstand. Van Veelen: ,,Men denkt vaak dat 'vergeven' betekent: alles is weer goed en het vertrouwen is hersteld. Volgens mij is vergeven: niet willen dat God de ander voor zijn misdaad straft. Christus vraagt die opstelling van ons. Hij wijst daarbij op onze eigen schuld tegenover God.'',,Vergeving vereist niet dat je met de dader weer gezellig een pilsje gaat drinken. Vergeving neemt de zwakheid van de ander en de angst daarvoor niet weg.''De kerkenraad moet er intussen rekening mee houden dat een slachtoffer psychisch niet in staat kan zijn te vergeven, vindt Van Veelen. ,,Ambtsdragers kunnen dan niet zeggen: 'Heb de dader lief, maar de daad niet'. Dat is veel te clean geredeneerd. Het slachtoffer walgt van de dader. Zijn of haar leven is verwoest - dat is de realiteit.''

Bron van dit artikel:


Terug naar HOOFDINDEX :

CHRISTELIJKE HULPVERLENING http://www.hulpnet.com


Nedstat Basic - Teller