OPMERKELIJKE cijfers en conclusies uit Amerikaanse wetenschappelijke onderzoeken. Ondanks demografische en culturele verschillen, vermoeden we dat onderzoek in Europa gelijkaardige cijfers zou opleveren.
EnkeleTOPICS in dit artikel:
- Bij incest geen discriminatie
- Incest, de meest voorkomende vorm van kindermishandeling
- Slachtoffer terughoudend om misbruik openbaar te maken
- Incest kan ernstige gevolgen hebben op lange termijn
- Hulp aan incest - slachtoffers
INLEIDING
Terwijl het bestaan en de ernst van kindermishandeling steeds meer aandacht krijgt, veranderen de houding tegenover de problematiek, de definities en de statistieken geregeld. Het onderzoek naar incest leidt tot verhitte disputen, want incest blijft een van de meest onder-gerapporteerde en minst besproken misdaden. Als een bijna internationaal taboe, blijft incest vaak verborgen door het slachtoffer door schuldgevoelens, schaamte, angst, sociale en familiale druk en onderdrukking door de dader. (Matsakis, 1991).
VOORAL KINDEREN SLACHTOFFER
Onderzoek toont aan dat 46 percent (46%) van verkrachte kinderen slachtoffers van familieleden. (Langan and Harlow, 1994.)
De meerderheid van Amerikaanse slachtoffers van verkrachting (61%) werden verkracht voor ze 18 jaar werden. Bovendien gebeurde maar liefst 29 percent (29 %) van alle gewelddadige verkrachtingen toen het slachtoffer nog geen 11 jaar oud was !
Elf percent (11%) van verkrachtingslachtoffers werden verkracht door hun vader of stiefvader, nog eens 16 percent (16%) werden verkracht door andere verwanten. (National Victim Center and Crime Victims Research and Treatment Center, 1992.)
De studie van een Amerikaans representatieve doorsnede van 'state prisoners', in de gevangenis voor gewelddelicten in 1991 toonde het volgende aan:
van de gevangenen veroordeeld voor verkrachting of seksueel misbruik had twee-derden kinderen als slachtoffer. Bijna een-derde van de slachtoffers waren kinderen of stiefkinderen van de agressor. (Greenfeld, 1996.)
In een studie van mannelijke overlevenden van seksueel misbruik in de kindertijd, had meer dan 80 percent (80%) een geschiedenis van misbruik van produkten (drugs, alcohol, voedsel etc.), 50 percent (50 %) had zelfmoordgedachten, 23 percent (23%) deed een zelfmoordpoging en bijna 70 percent (70%) kreeg psychologische behandeling. Eenendertig percent (31%) had zelf anderen op gewelddadige manier slachtoffer gemaakt. (Lisak, 1994.)
DEFINITIE 'INCEST'
Een definitie beschrijft incest als: "... het seksueel misbruik van een kind door een verwante of andere persoon in een positie van vertrouwen en verantwoordelijkheid over het kind. Het is een schending van het kind op de plaats waar het zijn/haar thuis heeft (letterlijk) of waar het zich thuis voelt (figuurlijk).
Een kind dat door een vreemde gemolesteerd wordt, kan naar huis lopen voor hulp en veiligheid. Een slachtoffer van incest kan dat niet." (Vanderbilt, 1992, p. 51).
Andere definities vernoemen ook volgende karakteristieken:
genitale aanrakingen door het slachtoffer door de dader, gelijke welke aanraking van intieme lichaamsdelen, seksueel kussen en knuffelen;
BIJ INCEST GEEN DISCRIMINATIE
Bij incest is er geen discriminatie. Het gebeurt in families met een hoog inkomen en in gezinnen met een lage socio-economische status. Het gebeurt bij mensen van alle rassen en etnische afkomst, en bij mensen van elke religieuze overtuiging.
Slachtoffers van incest zijn jongens en meisjes, kinderen en adolescenten. Incest komt voor tussen vader en dochter, vader en zoon, moeder en dochter en moeder en zoon. Incest-daders kunnen zijn: tante, nonkel, neven, nichten, stiefouders, stiefkinderen, grootouders bij kleinkinderen.
Bovendien kunnen daders personen zijn zonder een rechtstreeks verwantschap, zoals een geliefde van een ouder, een inwonende babysit, een huishoudster, enz.. Dit misbruik vindt plaats binnen de familiale en huiselijke omgeving (Vanderbilt, 1992).
De studie van 'state prisoners' in 1991 (hierboven vermeld) onthulde dat 20 percent (20%) van hun misdaden werden begaan tegen kinderen, en drie op vier gevangen die een kind mishandelden, verklaarden dat hun misdaad plaatsvond in hun eigen huis of in dat van het slachtoffer.
De schatting van het aantal incestslachtoffers varieert. De verschillen kunnen te wijten zijn aan het feit dat incest een extreem ondergerapporteerde misdaad is.
Maar al te vaak veroorzaakt druk van familieleden, met daar bovenop bedreiging of druk van de misbruiker, sterke terughoudendheid om misbruik bekend te maken en vervolgens om hulp te zoeken (Matsakis, 1991).
INCEST, DE MEEST VOORKOMENDE VORM VAN KINDERMISHANDELING
Incest wordt genoemd als de meest voorkomende vorm van kindermishandeling. Studies concluderen dat 43 percent (43%) van de kinderen misbruikt worden door familieleden, 33 percent (33%) door een kennis, en de overige 24 percent (24%) worden seksueel misbruikt door vreemden (Hayes, 1990).
Onderzoek in Amerika indiceert dat meer dan 10 miljoen Amerikanen slachtoffer (geweest) zijn van incest. Een prominente onderzoeker van kindermishandeling, David Finkelhor, schat dat 1.000.000 Amerikanen slachtoffer zijn van vader-dochter incest. Elk jaar raken 16000 nieuwe gevallen bekend (Finkelhor, 1983) Toch kunnen Finkelhors statistieken significant onderschattend zijn omdat ze enkel slaan op telling van blanke vrouwen uit de middenklasse en misschien niet genoeg rekening houdt met vrouwen met laag inkomen en uit minderheidsgroepen (Matsakis, 1991).
SLACHTOFFERS TERUGHOUDEND OM MISBRUIK OPENBAAR TE MAKEN
Slachtoffers van incest zijn nl. vaak extreem terughoudend om openbaar te maken dat ze misbruikt zijn. De misbruiker bekleedt namelijk vaak een vertrouwenspositie en/of heeft gezag over het slachtoffer. Vaak begrijpt een incestslachtoffer niet, of ontkent, dat er iets verkeerd is met het gedrag van de dader (Vanderbilt, 1992).
Veel jonge incestslachtoffers accepteren en geloven de uitleg van de dader dat het gaat om een normale leer-ervaring. Dat in iedere familie een ouder familielid daarvoor zorgt.
Incestslachtoffers kunnen vrezen dat ze niet geloofd zullen worden, dat ze beschuldigd of gestraft zullen worden als ze praten over hun misbruik.
Er zijn zelfs enkele onderzoeken die suggereren dat sommige incestslachtoffers lijden aan biochemisch veroorzaakt geheugenverlies. Dit kan het gevolg zijn door een zwaar trauma, zoals een seksuele aanranding. Het lichaam maakt dan een reeks complexe hormonen en er worden neurologische veranderingen veroorzaakt die op zich weer volledig of gedeeltelijk geheugenverlies tot gevolg kan hebben betreffende de traumatische gebeurtenis.
Bijgevolg wordt het korte- en/of lange-termijn-onthouden van de incidenten onderdrukt (Matsakis, 1991).
De meeste onderzoekers concluderen dat meisjes en vrouwen een wezenlijk hoger risico hebben om seksueel aangerand te worden dan mannen (Matsakis, 1991).
Het onderzoek bij 'state prisoners' in 1991 (zie hierboven) openbaart dat van alle veroordeelde daders van seksuele aanranding, tweederden kinderen als slachtoffer hadden en drie op vier van de slachtoffers waren jonge meisjes (Greenfeld, 1996).
Echter, schattingen van incest bij jongen kunnen te laag. Waar meisjes al extreem weigerachtig zijn om incest openbaar te maken, vinden jongens dit vermoedelijk nog moeilijker.
Jongens kunnen zeer sterk terughoudend zijn om incestueus misbruik toe te geven omwille van de seksuele details en hun angst dat dit anderen zou kunnen doen denken dat ze zwak of homoseksueel zijn, wat een negatieve sociale stigmatisatie geeft (Vanderbilt, 1992).
INCEST KAN ERNSTIGE GEVOLGEN HEBBEN OP LANGE TERMIJN
Incest kan ernstige gevolgen hebben op lange-termijn voor zijn slachtoffers. Een studie besluit dat onder de overlevenden van incest, die door zijn/haar ouder misbruikt werden, 60 percent (60%) van de vrouwen eetstoornissen had, dit was bij een vierde (25%) van de mannen het geval.
Van de 93 vrouwen en 9 mannen in deze studie, vermeldt 80 percent (80%) van de vrouwen en ieder van de mannen seksuele problemen in hun volwassenheid. Daarenboven, stelde tweederde van de vrouwen dat ze nooit of zelden naar de dokter of tandarts gaan als het onderzoek hen angst inboezemt.
De Posttraumatic stress disorder (PTSD) (een stoornis tengevolge van zwaar traumatiserende gebeurtenissen) die onder andere inhoudt: geheugenverlies, nachtmerries en flashbacks blijft overheersen bij incest-overlevenden. (Vanderbilt, 1992).
Meer nog, er is onderzoek dat erop duidt dat kinderen seksueel misbruikt door een verwant lijdt onder een nog intenser schuldgevoel en schaamte, een laag zelfbeeld, depressie en zelfdestructief gedrag (misbruik van voedsel, drugs, alcohol, etc.), seksuele promiscuïteit en prostitutie), meer dan een kind dat seksueel aangerand werd door een vreemde (Matsakis, 1991).
Of een incestslachtoffer geleden heeft onder eenmalig incident of onder voortdurende aanrandingen over een lange tijdsduur, het herstelproces kan uitzonderlijk pijnlijk en moeilijk zijn.
Het herstelproces begint met het erkennen van het misbruik en het erkennen dat hulp nodig is. Er zijn hulpverleningsdiensten voor incestslachtoffers, zowel voor kinderen als voor volwassen overlevenden.
HULP AAN INCESTSLACHTOFFERS
Incestslachtoffers kunnen hulp hebben aan boeken, zelfhulpgroepen en therapeutische programma's.
Veel overlevenden van incest zijn een zelfhulp- of ondersteuningsgroep gestart. In die groepen kunnen ze praten met andere incest-overlevenden over wat ze meemaakten als slachtoffer. Ze vinden er ook rolmodellen van anderen die incest overleefd hebben (Vanderbilt, 1992).
Naast het geloven van, luisteren naar en het helpen van incestslachtoffers in hun genezingsproces, moeten we tegelijk zoeken naar manieren om te voorkomen dat toekomstige generaties misbruik moeten overleven en de cirkel te doorbreken van misbruik in hun eigen familie en relaties. (Zie voor hulpverleners ook op de home-page: HOOFDINDEX
Referenties
Caruso, Beverly. (1987). The Impact of Incest. Center City, MN: Hazelden Educational Materials.
Finkelhor, David. (1983). The Dark Side of Families: Current Family Violence Research. Newbury Park, CA: Sage Publications.
Greenfeld, Lawrence. (1996, March). "Child Victimizers: Violent Offenders and Their Victims."
Bureau of Justice Statistics Executive Summary. Washington, DC: Bureau of Justice Statistics and the Office of Juvenile Justice and Delinquency Prevention, U.S. Department of Justice.
Hayes, Robert. (1990, Summer). "Child Sexual Abuse." Crime Prevention Journal.
Langan, Patrick and Caroline Harlow. (1994). Child Rape Victims, 1992. Washington, DC: Bureau of Justice Statistics, U.S. Department of Justice.
Lisak, David. (1994). "The Psychological Impact of Sexual Abuse: Content Analysis of Interviews with Male Survivors." Journal of Traumatic Stress, 7(4): 525-548.
Matsakis, Aphrodite. (1991). When the Bough Breaks. Oakland, CA.
National Victim Center and Crime Victims Research and Treatment Center. (1992). Rape in America: A Report to the Nation. Vanderbilt, Heidi. (1992, February). "Incest: A Chilling Report." Lears, p. 49-77.
Bibliography
Blume, E. Sue. (1990). Secret Survivors: Uncovering Incest and Its Aftereffects in Women. New York: Wiley Publishing.
Byerly, Carolyn. (1985). The Mother's Book: How to Survive the Incest of Your Child. Dubuque, IA: Kendall/Hunt Publishing.
Davis, Laura. (1990). The Courage to Heal Workbook: For Women and Men Survivors of Child Sexual Abuse. New York: Harper & Row.
Fuller, A. Kenneth and Robert Bartucci. (1991). "HIV Transmission and Childhood Sexual Abuse." Journal of Sex Education & Therapy, 17(1).
Gust, Jean and Patricia Sweeting. (1992). Recovering from Sexual Abuse and Incest: A Twelve-Step Guide. Bedford, MA: Mills & Sanderson Publishing.
Hunter, Mic. (1990). Abused Boys: The Neglected Victims of Sexual Abuse. Lexington, MA: Lexington Books.
Mayer, Adele. (1985). Sexual Abuse: Causes, Consequences, and Treatment of Incestuous and Pedophilic Acts. Holmes Beach, FL: Learning Publications.
National Committee for Prevention of Child Abuse. (1988). Basic Facts About Child Abuse. Chicago, IL.
National Victim Center. (1995). "Child Sexual Abuse." INFOLINK, No. 5.
National Victim Center. (1995). "Extensions of the Criminal and Civil Statutes of Limitations in Child Sexual Abuse Cases." INFOLINK, No. 54.
National Victim Center. (1995). "Rape-Related Posttraumatic Stress Disorder." INFOLINK, No. 38.
Ward, Elizabeth. (1985). Father-Daughter Rape. New York: Grove Press.
Wiehe, Vernon. (1990). Sibling Abuse: Hidden Physical, Emotional, and Sexual Trauma. Lexington, MA: Lexington Books.
Copyright:
Deze informatie mag vrij worden verspreid via electronische communicatie, maar enkel wanneer het in zijn geheel gebeurt, met inhoud van deze copyright melding.
Wil je reageren op dit artikel, schrijf me gerust: Ben Servaas