Terug naar GETUIGENISSEN over SEKSUEEL MISBRUIK

 

Naar HOOFDINDEX

TIP: DRUK DIT GETUIGENIS AF


Over de grenzen van een kind

Het verhaal van een vrouw uit het noorden van Nederland. 

Ze groeit op in een incestueuze sfeer. Haar vader respecteert haar grenzen niet, valt haar lichamelijk lastig, maakt vernederende seksuele opmerkingen en gedraagt zich agressief. Dat haar vader ooit in de gevangenis zat voor aanranding versterkt de angst en onveiligheid nog meer. 

Bovendien wordt ze de 'vriendin' van haar moeder en kan daardoor niet meer echt kind zijn. 

De schade die ze oploopt in dit gezin beïnvloedt haar verdere leven. Het speelt een rol in haar relatie met God en in de relatie met haar man.

Jaren later raakt ze volledig in de klem. Geholpen door haar man, zus, schoonbroer en een therapeute komt ze tot herstel.

 

Ik ben opgegroeid in een arbeidersgezin en heb 4 zussen en een broer. Ik ben min of meer de middelste: ik heb 2 zusjes onder me, één van 6 jaar jonger en een van 12 jaar jonger.

M'n vader en moeder kwamen tot bekering toen ik 3 jaar oud was. Ondanks dat feit bleef m'n vader ongenezen. Hij had weliswaar zijn goede buien, maar in mijn herinneringen was hij een overspannen, chagrijnige en gefrustreerde man. Dit had alles met zijn verleden te maken. Als kind van een N.S.B.'er had hij geen makkelijk leven gehad. Bovendien haatte mijn opa mijn vader en trachtte hem zelfs eens te vermoorden. M'n oma was niet veel beter voor mijn vader. M'n vader zeurde als klein jongetje eens om een appel. M'n oma moest daarvoor naar de kelder. Ze viel van de trap en kreeg vervolgens een miskraam. M'n vader kreeg daar de rest van z'n leven de schuld van. Vaak zat hij uren in een kast, waarin hij zichzelf terugtrok.

M'n opa was een incestpleger, maar dit beperkte zich tot zijn dochters. Ondanks dat was er een incestueuze sfeer, waarin mijn vader opgroeide. Toen hij 12 jaar oud was werd hij verkracht door een aangetrouwde tante.

Nadat hij met m'n moeder getrouwd was, openbaarden de seksuele problemen zich pas goed. Op een avond randde hij een meisje aan, dat hem aangaf bij de politie. Hij werd veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf.

Inmiddels had m'n moeder al 2 kinderen. Nadat mijn ouders tot bekering kwamen, veranderde m'n vader in de eerste instantie wel in z'n gedrag. Maar in de loop der jaren kwam het er eigenlijk op neer, dat als hij dicht bij God bleef, het redelijk met hem ging. Dit was echter heel moeilijk voor hem, omdat hij zo'n gecompliceerd mens was en voortdurend met voorgangers en oudsten in de clinch lag.

Als jong meisje werd ik "de vriendin" van mijn moeder. Zij kon mij in vertrouwen nemen en deed dit dikwijls over de problemen die ze had met mijn vader. Ook zijn verleden was mij niet onbekend. Ik wist b.v. dat hij in de gevangenis had gezeten en waarom. Om de één of andere reden wilde ik het leed dat hij m'n moeder had aangedaan verzachten. Feit was dat m'n moeder dacht hem wel vergeven te hebben (dat hoort toch als christen), maar ze kon het nooit vergeten. Dit komt neer op onvergevingsgezindheid, maar die gedachte liet zij niet toe.

Zij nam onbewust wraak op hem, door de kinderen tegen hem op te zetten. Hij op zijn beurt wist niet hoe hij liefde moest geven of ontvangen. Hierdoor hadden we als kinderen een totaal verstoorde relatie met hem. Hij lette meestal op het negatieve in ons, op onze fouten. Daar kwam bij, dat toen ik ouder werd en mijn lichaam begon te veranderen, hij daar allerlei opmerkingen over ging maken, zelfs in het bijzijn van vreemden. Hij zei b.v.:"twee erwtjes op een plankje... " En doelde daarbij op m'n borsten in wording. Daarbij kwam ook nog dat hij m'n borsten wel eens aanraakte. Dit gebeurde als je alleen met hem was. Hij had dan ook de gewoonte, me te smoren in een omhelzing en kuste me dan langdurig en hard op m'n mond. Ook maakte hij opmerkingen als: "ik weet precies wanneer je ongesteld bent, want dan stink je op een bepaalde manier uit je mond...". Door deze dingen was ik heel erg bang voor hem en meed situaties waarin ik alleen met hem was. Ik haatte hem en kon het niet uitstaan wat hij m'n moeder aandeed. Ik haatte ook mezelf en het feit, dat ik een meisje was. Ik wilde liever een jongen zijn en zag er dan ook behoorlijk jongensachtig uit met m'n kortgeknipte haar en m'n jongenskleren. Stoer wilde ik me voelen en had mezelf een jongensnaam gegeven in m'n gedachten.

Wat ook een groot probleem was tussen mijn ouders, was dat m'n vader altijd flirtte met andere vrouwen en hij m'n moeder niet trouw was. M'n moeder vertrouwde m'n vader nooit. Als hij eens avonds een wandelingetje ging maken, was m'n moeder heel onrustig en maakte opmerkingen zoals:"waar blijft hij nou, straks komt hij iemand tegen, die hem later beschuldigt van aanranding". M'n moeder vertelde me ook haar gedachten van wantrouwen over m'n vaders gedrag tegenover andere vrouwen. Ze beschuldigde hem, maar sprak hier met mij over i.p.v. met hem. Ik dacht nooit na over mijn behoeftes, maar had altijd die van haar voor ogen.

Als m'n vader thuis was, moesten we als kinderen op onze tenen lopen. Letterlijk en figuurlijk, want hij was bijna altijd ziek, had veel hoofdpijn en lag vaak met een bed in de woonkamer. We hadden geleerd, om vooral niet al te opvallend te zijn als hij thuis was. Maar zelfs dat kon verkeerd uitpakken. Hij kon dan heel kwaad worden om niets en begon dan te razen. Ik was vaak depressief en dacht aan zelfmoord. Dat uitte ik echter slechts in m'n dagboeken en bij m'n 2 jaar oudere zus; zij was m'n steun en toeverlaat. Van veel dingen was ik me echter niet eens bewust. Ook had ik een kinderlijk vertrouwen dat God altijd bij me was en bad iedere avond.

Toen ik 16 jaar oud was, maakte m'n vader op een avond weer eens ruzie met m'n moeder en ik kon het gewoon niet verdragen dat hij zo onredelijk tegen haar deed. Ik voelde dat letterlijk in m'n maag. Ik dacht: ik ga beter maar even uit z'n buurt en liep naar een andere kamer. Maar uitgerekend naar die kamer kwam m'n vader. Toen hij m'n gezicht zag, nam hij een stoel en wilde die op mij kapotslaan, maar ik kon nog net de deur dichtdoen, waardoor de stoel door de deur in gruzelementen brak. Hij nam toen een stoelpoot en bekoelde z'n woede op mijn bovenbeen. Ik schreeuwde uit het diepst van m'n ziel: "IK HAAT JE, IK HAAT JE ! ! ! ! ! !". Ik vluchtte het huis uit, naar het huis van mijn oudste zus. Daar bleef ik een paar maanden wonen, tot ik op kamers ging.

Een jaar later ging ik de verpleging in. Met m'n ouders had ik wel contact. Ik tolereerde m'n vader weliswaar, maar de haat was diep jegens hem en er hoefde maar iets te gebeuren en ik voelde hoe diep die haat zat ! Na m'n opleiding vertrok ik samen met 2 vriendinnen naar Israël, om daar in de verpleging te werken. Het bleek heel goed te zijn voor me om in het buitenland te zijn, weg van m'n familie. In Jeruzalem ondervond ik een verdieping in m'n geloofsleven. In de 2 jaar dat ik daar gewerkt heb, begon God dingen aan me te laten zien over m'n vader. Het waren vooral de haatgevoelens die naar boven kwamen en eruit moesten. Door samen met God terug te gaan naar pijnlijke herinneringen, leerde ik Gods ontferming toe te laten. Dit waren slechts de herinneringen aan de fysieke en mentale geweldsuitingen. Hierdoor kon ik de haatgevoelens in Gods hand leggen en schreef een brief aan mijn vader waarin ik voor de eerste keer schreef dat ik van hem hield. Ik dacht: ziezo, dat is uitgewerkt en kan ik achter me laten !

In Israël leerde ik mijn man Hans kennen, trouwde met hem en vestigde me met hem in Nederland. "Happy end" zou je denken, maar toen begonnen de problemen pas goed. Ik kreeg de grootste moeite Hans te vertrouwen, had een slecht zelfbeeld en een enorme angst, dat als ik het Hans niet naar de zin zou maken, hij sowieso bij me weg zou gaan. Dus er braken jaren aan van mezelf wegcijferen en Hans ontzien. Daarnaast was ik achterdochtig en controleerde Hans constant. Een eigen identiteit had ik niet en ik slikte alles van Hans, ook zijn slechte kanten. Hij kon ongestoord "misbruik" van deze situatie maken, wat hij ook vaak onbewust deed. Ik werkte het zelf in de hand door nooit aan te geven wat ik wilde. Ik probeerde de perfecte vrouw, minnares en moeder voor onze 3 kinderen te zijn. Dat ik enorm op m'n tenen liep had niemand in de gaten. Ik speelde een perfecte rol.

In 1995 echter kreeg ik klachten met m'n gezondheid en alhoewel ik zeker wist, dat de oorzaak lichamelijk was, verklaarde de huisarts me overspannen. In deze moeilijke weken zocht mijn oudste zus contact met mij. Zij en haar man waren veel bezig met innerlijke genezing. Mijn zus, die tien jaar ouder is dan ik, had ook heel wat beschadigingen opgelopen en ik voelde me erg verwant met haar. Ik kon heel goed praten met haar en haar man. In die tijd kwamen er ook allerlei herinneringen naar boven aan m'n vader, waarin hij m'n borsten aanraakte, de omhelzingen en de angst en dat maakte me misselijk. M'n huisarts vond het beter, dat ik in therapie ging, dus deed ik dat. Via mijn therapeute kwam ik achter een heleboel dingen.

Ze legde me uit dat alleen al een onveilige, seksueelgetinte sfeer, zoals in ons gezin het geval was, een incestslachtoffer van me gemaakt had. Er was duidelijk over m'n grenzen gegaan door m'n vaders opmerkingen en aanrakingen.

Ze leerde me ook naar de situatie thuis te kijken met de ogen van een kind i.p.v. het altijd maar uit te leggen als volwassene en excuses op te noemen voor het gedrag van m'n vader.

Niet alleen kwam incest aan bod. De vreemde relatie die ik met m'n moeder had. Het feit dat ze me veel te veel verantwoordelijkheid had laten dragen; de emotionele schade die ik had opgelopen; dingen die ik m'n leven lang als normaal gedrag had beschouwd en die me in m'n huwelijk pas begonnen op te breken; m'n eetproblemen (boulimia- en anorexia-achtig gedrag), al deze dingen werden onder de loep genomen en geanalyseerd.

Ik had veel van mijn vaders gedrag onbewust op God geprojecteerd. Zo had ik altijd het gevoel, dat ik het moest verdienen, maar wat ik ook deed, het was nooit goed genoeg. Ik vond God ook onberekenbaar, ook al deed je nog zo je best. Hij hoefte je niet per se te zegenen als Hij daar geen zin in had, althans zo keek ik er tegenaan. Ik wilde ook graag indruk maken op God, maar wist dat dat nooit echt lukte. Ik voelde me altijd een tweederangs christen. Het moeilijkste was het echter om God te vertrouwen. Om Hem toe te laten in de meest intieme plekken van mijn hart. Van de onvoorwaardelijke liefde van God begreep ik niets. Ik kon niet accepteren, dat Hij echt van me hield. Ik hield sowieso niet van mezelf, erger nog, ik verachtte mezelf. Natuurlijk gaf dit ook grote problemen in mezelf tegenover mijn man. Eigenlijk wantrouwde ik mannen in het algemeen.

Eindelijk durfde ik deze dingen onder ogen te zien. Maar daardoor stond mijn hele leven op zijn kop. Bij een aantal familieleden ondervond ik veel onbegrip, behalve bij mijn oudste zus en haar man. Zij bleven me al die tijd steunen en bemoedigen. Ook vond ik met Hans een kerk waar er plaats was voor mijn pijn en waar ik mezelf kon zijn.

Mijn vader was trouwens inmiddels overleden. Ik kon hem dus nergens meer mee confronteren, maar ik denk niet dat als hij in leven was geweest ik het ooit in mij toe had gelaten deze dingen te ontdekken.

Ik ben nu 3 jaar verder. Ons huwelijk heeft stand gehouden. Ik ben heel boos op Hans geweest, maar wist, dat ik feitelijk boos op mijn vader was. En uiteindelijk bleek dat dat mocht. Hans liep niet bij me weg, zoals ik verwachtte. Hoewel het voor hem moeilijk was - ik veranderde nl. van een lieve meegaande vrouw in een regelrechte bitch-. We hebben heel veel gepraat. Dat was een van de belangrijkste dingen: blijven praten.

Ook m'n relatie met God kwam onder vuur te liggen. Een jaar lang heb ik geen geloof gehad. Ik probeerde God gewoon uit: zou Hij van me blijven houden, ook als ik eens flink tegen Hem aan zou schoppen?

Achteraf weet ik nu, dat ik sneller door dit proces heen had kunnen gaan, als ik me in m'n boosheid niet van God had afgekeerd, maar m'n boosheid directer tegenover Hem had geuit. Toen ik dat nl. een paar maanden geleden deed en vreselijk tekeer ben gegaan tegen God, merkte ik dat ik was uitgeraasd. Toen liet God mij Zijn ontferming over mij zien.

Ondanks alles kon ik eindelijk beginnen te accepteren, dat Hij echt van MIJ houdt. Ik ben er nog lang niet: het is vallen en opstaan. Maar ik heb hoop in m'n hart, dat ik die vrouw zal worden, die God voor ogen heeft.
 
 
 
 

Ik ben de Heer die jou eens schiep

In je moeder je tot leven riep

Ik zag je vormeloos begin,

omdat Ik je wilde heeft je leven zin.
 

Wees maar niet bang,

'k bemin je al zo lang.

Ik voelde de pijn,

toen je niet meer kind kon zijn...
 

Heer, als U dan echt mij zo goed kent,

met liefde over mij bewogen bent,

maak mij dan een kind,

zoals U wilt zodat ik weer aan Uw voeten speel...
 

Wees maar niet bang,

'k bemin je al zo lang.

Ik voelde de pijn,

toen je niet meer kind kon zijn...
 

Heer, ik pak aan wat U voor mij heeft

omdat U voor mij geleden heeft.

De kracht die uit de dood U riep,

maakt mij zoals U mij eens schiep
 

Ik hou van U omdat U echt om mij geeft.

Kom in de stilte, werk nu Heilige Geest.

Want Ik ben de Heer die jou eens schiep

in je moeder je tot leven riep.

Ik zag je vormeloos begin,

omdat Ik je wil heeft je leven zin.
 

(een lied van Rolof Mulder)
 



Heb je de vrijmoedigheid om zelf een getuigenis op deze pagina te plaatsen, geef dat gerust door. We garanderen beroepsgeheim en discretie. Alle getuigenissen worden anoniem afgedrukt.

 Terug naar GETUIGENISSEN over SEKSUEEL MISBRUIK

 

Naar HOOFDINDEX : http://www.hulpnet.com/misbruik

teller vanaf 25/12/97: 
Nedstat Basic - Teller